Franz Kafka is een welomschreven figuur. Toch blijft er enige waas rond de man nazinderen. Noem het een een nachtmerrieachtige, onheilsspellende sfeer die rond de schrijver maar vooral rond zijn werk hangt. “De Strafkolonie” (1919) is geen uitzondering op de regel en omvat ook zo’n luguber sfeertje.
Kafka leefde van 1883 tot 1924 in een nieuwe moderne samenleving waar de burreacratie het hand boven elk individu hield. Kafka was echter anti-burreaucratisch, volgens sommige door marxistisch invloed, volgens andere door anarchistische overtuigingen. Die discussie laat ik in het midden, maar het is enorm belangrijk om te weten dat Kavka tegen de burreacratie was en opteerde voor het individu dat zijn eigen verantwoordelijkheid omarmde. Hij wordt niet voor niets onder het existentialisme gebracht, een stijlstroming die staat voor individuele vrijheid, verantwoordelijkheid en subjectiviteit.
Deze kennis reflecteren op “De strafkolonie” geeft je een heel andere kijk op het verhaal. Ik verwachtte mij aan een tirade van woorden die niets anders dan een pessimistische kijk op de wereld vertaalden gevolgd door tientallen pagina’s van zelfbeklag. Deze verwachting werd gelukkig niet in vervulling gebracht. Het was eerder een tirade van obsessieve martelneigingen van een officier die in een strafkolonie werkte. Gevangenen komen in een strafkolonie terecht wanneer ze hun straf via dwangarbeid uitzitten. De officier was de rechter van de strafkolonie, maar zijn manier van werken strookte niet met het Westerse denken.
Hij had een speciaal marteltuig dat voor de veroordeelde gelijk stond aan een trage en pijnlijke dood. De veroordeelde wist echter niet waarvoor hij terechtstond en kreeg geen kans om zich te verdedigen. Het oordeel van de officier was wet. Uiteindelijke na zes pijnlijke uren op het marteltuig, ontcijferde de veroordeelde de boodschap die heel precies in zijn rug werd gekerfd: het verdict waarvoor hij terechtstond.
Vroeger onder het bewind van de oude commandant, was zo’n executie een heugelijke gebeurtenis dat niemand wou missen. Maar tijden veranderen en de officier kreeg alsmaar meer moeite om de nieuwe commandant te overtuigen van zijn manier van werken. Een reiziger zou de knoop doorhakken, nadat hij uitgebreid door de officier werd ingelicht over de werking van het machine en uiteindelijk het gehele schouwspel zou bijwonen. De reiziger had bedenkingen bij zijn macht, maar de officier liet er gaan twijfel over bestaan dat de beslissing van de reiziger al dan niet de officier zijn ondergang zou beteken. Zoals de Romeinen hun beslissing duidelijk maakten, richtte de duim van de reiziger naar beneden. De officier liet de veroordeelde vrijuit gaan en legde zichzelf op het marteltuig. Het betekende niet alleen de dood van de officier, maar ook het einde van het oude marteltuig dat ineen stuikte. Rechtvaardigheid is geschied.